Mijn favoriet kunstwerk:

De Vreemdeling

(Albert Camus, 1942)

 

Onafwendbaar, onontkoombaar, gelijk 10 jaar geleden, weet ik dat ik het bij die opdracht over "De Vreemdeling" van Albert Camus moet hebben. Net als destijds probeer ik er weer onderuit te komen; het stuk gaat heel diep en haalde bij mij alles overhoop. Het is ook de eerste, mij bewuste keer, dat ik diep geraakt wordt door Kunst. Ik wil ontsnappen en begin aan een verhaal over een andere fascinatie: het schilderij "Nighthawks" van Edward Hopper (1942 ! I). Maar Camus blijft spoken. Net als 10 jaar geleden dringt de vraag zich op waarom het boek me zo raakt. Op een bloedhete dag in Zuid-Frankrijk trof het boek me recht in het hart. Ik was op zoek naar materiaal voor een theatervoorstelling en ik wist dat ik het gevonden had, direct bij de eerste zin: "Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet. Ik ontving een telegram uit het gesticht: 'Moeder overleden. Morgen begrafenis. Met leedwezen'. Daar is niets uit op te maken. Misschien was het gisteren ".

En toen kwam die vraag waar ik als theatermaker en mens antwoord op moest geven: wat fascineerde me er in.

 

Het was zeker de prachtige taal. Ik was verkocht door de manier waarop de woorden, de zinnen in mijn hoofd klonken (doen ze dat op dezelfde manier bij andere lezers, want ik ben er van overtuigd dat dat bepalend is in hoe een boekje raakt, m.a.w. doe je het dus gewoon zelf): een soort toonloze stem, kort, staccato, automatisch, gebeurtenissen uitvlakkend en wegduwend, afstand creŽrend; een taal die alles wat er gebeurde, of wat het beschreef: gedachten, voorwerpen, landschappen eenzelfde gelijke waarde gaf. En ook waren het prachtige beschrijvingen, vol muzikaliteit en van een grote gevoeligheid, betrokkenheid en liefde voor situaties of personages. De beschrijving van een straattafereel op een zondagmiddag, bladzijden lang uitgesponnen, direct nadat in een paar zinnen de eerste nacht met zijn vriendin beschreven was.†††† .

Het was zeker de beschrijving van de overweldigende natuur, van de stad, de kamer, de cel, de straat., die je bijna kon voelen, ruiken en proeven. Heel zintuiglijk raakte ik bij het verhaal betrokken.

Als theatermaker was ik ook getroffen door de bijna filmische beelden die Camus maakt. Zo helder zag ik personages en scŤnes voor mij: grotesk en absurd.

 

Vooral was het mijn ontmoeting met de persoon van Meurseult, zijn afstand, zijn afzijdigheid, zijn zwijgzaamheid, zijn indifferentie tegenover de wereld, tegenover wat hem overkomt. Alles is gelijkwaardig. Zijn individualisme, zijn consequente weigering mee te gaan in een of andere gecreŽerde fictie, die samenleving heet. Zijn eerlijkheid ten opzicht van zichzelf, de vreemdeling in zichzelf, en anderen daarin. Hij was een beetje goddelijk en hield mij een spiegel voor met zijn confronterende uitspraken als: "alles went in het leven" en "niets is van wezenlijk belang of betekenis". De leegheid van het bestaan was overweldigend voelbaar voor mij. Het verhaal was een grote herkenning, maar werd ook een grote worsteling met de vraag "wat is de zin van het/mijn leven", wat is de motor om te willen blijven leven. Ik herkende in het personage mijn eigen afzijdigheid, onverschilligheid, passiviteit, onbegrepen voelen, luiheid en nietigheid Toen ik het las ontstond er langzamerhand een grote woede in mij: hoe kon iemand die mij zo waardevol was, zo veel nog te vertellen had, zonder verzet, zonder opstand de dood accepteren. Ik raakte in een enorme strijd verwikkeld met mijn hoofdpersonage, die mij dagen en nachten lang bezig hield Ik moest hem begrijpen, doorgronden en eventueel van repliek dienen. Ik kon anders geen theater maken. Middels dit boek, deze strijd kwam in opstand tegen mijn eigen onverschilligheid, passiviteit, zwijgzaamheid en afzijdigheid Het boek is achteraf een afrekening geweest en heeft (mede) een ommekeer in mijn leven gebracht, waarin betrokkenheid, contact, verbondenheid, liefde en daardoor tevredenheid, centraal staan.

Op grond van deze en later ook andere ervaringen is in de fascinatie voor een kunstwerk, naar mijn idee, de persoonlijke betrokkenheid, de link die je zelf legt met jouw leven, essentieel. Je neemt waar, het kunstwerk resoneert in jou. masseert "iets" los en raakt je. Dat is helder en ook zo lastig, want vaak confronterend Het maakt me onrustig, is soms dreigend/onrustbarend, maar ook weer vertederend Een fascinerend gevoel maakt me wel gelukkig, want ik voel leven.

 

 

Joost de Laat,

16 september 1997

opdracht in het kader van de scholing tot kunstcoŲrdinator vo