Kunstautobiografie van Joost de Laat (kunstcoördinator)

24 september 1997/ CKV1

Als lezen iets met receptieve kunstbeleving te maken heeft dan is daar mijn start. Vanaf mijn vroegste herinnering las ik alles wat los en vast zat. De hele bibliotheek heb ik gelezen. Al vroeg moest ik over op de volwassenbieb, want ik had alles uit. Vooral avonturenboeken en andere echte jongensboeken verslond ik. Mijn ouders hielden me zeker niet tegen, maar er ging weinig stimulans van ze uit. Zelf lazen ze niet en een boekenplank vonden ze niet staan in de kamer. Mijn moeder vond het maar stofnesten. Maar ik las geen Literatuur; de (europeese- en wereld)literatuur waar het bij CKV1 om gaat. Literatuur met een grote L is pas in het eindexamen van de middelbare school gekomen. Dat ik er ook echt door geraakt kon worden pas rond mijn dertigste: De Vreemdeling van Albert Camus. Dat is een hoogtepunt geweest in mijn "kunstautobiografie". Hierover heb ik geschreven in "Mijn favoriet Kunstwerk". Ik ben nooit naar een voorstelling, film of conceret met mijn ouders geweest. Nu ze beiden gepensioneerd zijn doen zij dit zelf pas voor het eerst. Mijn eerste, en ook zeer indrukwekkende, kunstbeleving (als publiek) is geweest toen ik als 17 jarige in het kader van een schoolabonnement naar de Schouwburg van Nijmegen ging, samen met een aantal klasgenoten, om naar een voorstelling over de oorlog te kijken. Ik weet niet welke voorstelling, of welke groep. Ik vergeet nooit meer het beeld van twee krijgsgevangen die aan de rand van het podium, vermoedelijk het hek van een kamp sugererend, met ca. twee meter tussenruimte, zichzelf (of elkaar?) ïn tekst" aan het aftrekken waren. De soldaten hielden hen in de gaten en op een prachtig suggestieve manier, met de armen over elkaar, onmerkbaar en onzichtbaar voor de soldaten, kwamen ze al pratend over hun liefdes, in woorden op elkaar reagerend, klaar in een grote climax. Een prachtige gestyleerde suggestie, vol emotie en van een enerverende thematiek. Ik vond het prachtig. Niet dat ik dat toen door had, maar ik heb toen ongetwijfeld een staaltje hoogwaardig theater gezien. Of dat mijn latere interesse voor de podiumkunst gevoed heeft geloof ik echter niet; kort daarop zag ik in dit schoolabonnement, een vreselijke, klassieke, dansvoorstelling, die mogelijk de deur weer sloot. Ik vergat deze eerste voorstelling. De jaren erna op de universiteit bestond vooral uit muziekbeleving, zeer veelvuldig, soms intens, maar zonder hoogtepunt. Het was gewoon onderdeel van de cultuur van de jaren 70 en 80. Mijn cultuurbeleving was minimaal. Ik ging zelden naar de film, nooit naar een dans- of theatervoorstelling, af en toe naar een popconcert, verafschuwde het woord museum en kende alleen "de Nachtwacht" van horen zeggen. En toch ging ik spelen. Als leraar-in-opleiding biologie kwam ik in contact met dramatische werkvormen, raakte geinteresseerd, volgde dramacursussen en rolde perongeluk via cursussen en  een straatheaterperformance in een kindertheatergroep die door het hele land reisde, ging acroibatieken en fysieke acteurstrainingen volgen. Mijn actieve "kunstenaarsschap" was er veel eerder dan mijn recetieve kunstbeleving. Erger nog. Terwijl ik speelde in verschillende semi-professionele theatergroepen, mijn hard verloor aan "het spelen" ging ik zelden kijken hoe anderen het deden. Pas laat in mijn opleiding als theater-/dramadocent aan de HKU ben ik het kijken naar anderen gaan waarderen en het ook meer gaan doen. Lange tijd moest ik mij dwingen. Nooit zag ik een voorstelling die mij echt raakte. Het was kunstig, prachtig gemaakt, boordevol interessante thematiek, prachtig vertaald naar de huidige tijdsgeest, met mooi licht en prachtig geluid, ook wel of niet fysiek gespeeld, maar het raakte me niet. Na afloop in het cafe kon je er ook interessant over praten, maar toch… In het leslokaal, werkend en zwetend aan een voorstelling, jezelf of jemaatjes zien zoeken naar vorm of inhoud, dan pas was er sprake van spanning, sensatie en emotie. Dan kon ik janken van ontroering, moest ik (die nooit huilt) vechten tegen tranen… Nuchter: het proces lijkt belangrijker dan het product.

En toch…toen waren er vlak na elkaar: een boek: "De Vreemdeling" van Camus (1989), een voorstelling "Tergend Langzaam Wakker Worden" van George Groot en Adelheid Roosen (1990), die direct op de huid was, zo maak je theater van je diepste zielenroerselen: eerlijk, zonder opsmuk, flauwekul, pretenties, recht uit je hard; nog een voorstelling "Cassanova" gespeeld door De Tijd met Lucas Vandervorst (1990), waarin een speler op ontroerend mooie en warme wijze een (daardoor) ontroerend mooie man neerzet. Een andere bijzondere voorstelling was: "Cafe Lehmitz" (1991) door Carver over het eenzaam verval gecombineerd met wrange humor in een triest cafe. De groep bleek genoemd te zijn naar de schrijver Raymond Carver wiens verhalenbundels ik het jaar ervoor gelezen had, onwetend van deze naar hem genoemde groep. Prachtige korte verhalen over mensen, die ongetwijfeld de toekomst hoopvol tegemoet zagen en geloofden in hun relatie, maar die met een gevoel van verbazing en verwondering merken dat het leven blijkbaar onvermijdelijk moet teleurstellen. Ruim voordat Robert Altman Carvers verhalen verfilmde in Short Cuts was ik bezig met een theatervoorstelling rond deze zelfde verhalen  en kwam ik op zoek naar inspirend  materiaal oog in oog te staan met Nighthawks en andere schilderijen van Edward Hopper. In dit schilderij staat de verveling van de eenzaamheid van de grote stad centraal. Hopper is een meester in het weergeven van twee mensen, die elkaar gezelschap houden zonder enige aanwijsbare vorm van contact.  Voor het eerst raakte een schilderij/schilder mij. Dat simpele feit droeg er toe bij dat ik in latere jaren af en toe een expositie bezoek en aangenaam getroffen kan worden door een schilderij. Veelal moet ik door mijn partner over een drempel getrokken worden. Ik moet vaak geforceerd worden. Ik werd letterlijk mee het van Abbe Museum in Eindhoven ingetrokken enige jaren geleden, toen we enkele uren moesten overbruggen. Ik weet niet meer van wie de hoofdexpositie was, maar er waren prachtige kunstwerken, soms door het gebruik van het materiaal of de herhaling in een compositie en ook door het soms vervreemdende effect. Een museum blijft moelijk, ik moet meegetrokken worden, zoals vorig jaar in het Bonefanten Museum in Maastricht, in het kader van een Kunstuitje. De expositie deed me ook niks, maar het gebouw destemeer, de prachtige enorme trap, die het gebouw klieft, de raketachtige toren. Het is een cruciaal moment geweest in mijn waardering voor architectuur. Sinds die tijd kijkt ik met heel andere ogen naar gebouwen, niet alleen naar het uiterlijk maar ook in relatie tot het werk wat er in vericht wordt: het nieuwe VPRO-gebouw als hoogtepunt. Bepalend in mijn waardering is geweest dat een educatief medewerkster van het museum zeer inspirend verteld heeft over het gebouw en de Italiaanse architect wiens naam ik vergeten ben, maar die onlangs overleden is.

Hoewel mijn specialisatie in drama/theater bepaaldt wat ik voornamelijk bekijk, heeft het wel invloed gehad op een waardering voor literatuur, film, architectuur en sinds kort ook dans. Dit laatste mede door de schoolvoorstellingen die ik op school binnenhaalde en met name dan door de bezielende lessen die de choreografe en dansers met de leerlingen hadden. Muziek is geheel uit het gezichtsveld verdwenen, of het moet een ondersteunende functie voor iets anders zijn. Hoewel…ik hoorde twee jaar gelden iets hartverscheurends mooi: Mercedes Sosa met "Solo le pido a dios".  En dan blijkt wel dat uiteindelijk mij niets zo direct en diep kan raken als zang.

Maar alles is een uitvloeisel van theater. Ik kijk met theaterogen, vaak staat ook iets ten dienste van theater. Het dramatische verhaal komt overal in terug, mijn vocabulair stamt uit het theater.

Sinds dat ik fulltime op school werk ga ik steeds minder naar voorstellingen, films, etc. Mijn culturele leven is verarmd, door de drukte van het werk en doordat ik, vergeleken met vroeger,minder omgeven ben door kunstminnende personen. De sociale context is voor mij toch erg belangrijk; ik moet gestimuleerd worden, meegetrokken, soms geforceerd worden.